De Bevrijders & Bomen zijn Ridders


DE BEVRIJDERS

Hier komt de boom, de boom
van de storm, de boom van het volk.
Uit de aarde stijgen zijn helden
als de bladeren langs het sap
en de wind ranselt de ruisende
menigte van de bladeren,
tot het zaad van het brood
weer neervalt op aarde.

Hier komt de boom, de boom
gevoed door naakte doden,
gegeselde en verminkte doden,
doden met ontdane gezichten,
gespietst op een speer,
verschrompeld op de brandstapel,
onthoofd door de bijl,
gevierendeeld door paarden,
gekruisigd in de kerk.

Hier komt de boom, de boom
van wie de wortels levend zijn,
hij kreeg de mest van de marteling,
zijn wortels dronken bloed
en hij putte tranen uit de grond:
hij liet ze stijgen langs zijn takken,
verdeelde ze over zijn architectuur.
Het waren onzichtbare bloemen,
somtijds begraven bloemen,
dan weer gaven hun bloembladen
licht als waren het planeten.

En de mens plukte in de takken
de hard gemaakte bloemkronen,
hij reikte ze van hand tot hand
als magnolia’s of granaatbloemen
en plotseling spleten ze de aarde,
ze groeiden tot bij de sterren.

Dit is, de boom van de vrije mensen.
de boom aarde, de boom wolk.
De boom brood, de boom pijl,
de boom vuist, de boom vuur.
Hem overspoelt het toornige water
van onze tijd vol duisterheid,
maar zijn stam in balans
vormt de arena van zijn macht.

Andere keren vallen opnieuw
zijn takken gekraakt door de woede
en een as van dreigement
bedekt zijn antieke majesteit:
zo doortrok hij andere tijden
en rees hij op uit de doodstrijd,
totdat een geheime hand,
ontelbaar vele armen,
het volk, de brokstukken behield
en duurzame stronken verborg
en zijn lippen waren de bladeren
van de immense verdeelde boom
die zich naar overal uitbreidde
en met zijn wortels voortschreed.
Dit is de boom, de boom
van het volk, van alle volkeren,
van de vrijheid, van de strijd.

Kom te voorschijn in zijn haardos:
streel zijn hernieuwde stralen:
steek je hand in de fabrieken
waar zijn kloppende vrucht
dag aan dag zijn licht verspreidt.
Hef deze aarde op in je handen,
neem deel aan deze luister,
grijp naar je brood en je appel,
naar je hart en je paard
en trek de wacht op aan de grenzen
aan de rand van zijn bladeren.

Verdedig het doel van zijn bloemen,
verdeel de vijandige nachten,
bewaak de kringloop van de dageraad,
adem de besterde hoogte in,
terwijl je de boom stut, de boom
die groeit in het midden van de aarde.

Pablo Neruda, ‘Canto general’
Vertaling Willy Spillebeen, Lappersfort Poets Society

Noëlla Elpers

Bomen zijn ridders

Op een mooie Pinkster(maan)dag op de trein met onze kapersdochter Anna en twee vriendinnetjes. We zijn met Het Kapersnest op weg naar Het Lappersfortbos om de bomen te ridderen samen met het Groene Gordel Front en The Lappersfort Poets Society.

‘Waarom moeten bomen geridderd worden, mama?’

Goede vraag. Onze dochter is gewoon mensen te ridderen die kost wat kost hun ding blijven doen, tegen de stroom in. Het ritueel is speels en ondertussen zijn de Ridders van Het Kapersnest een bont gezelschap. Eén ding blijft: Ridder van Het Kapersnest word je niet zomaar.

Als kaperskapiteine kan ik twee goede redenen aanvoeren om de bomen van Het Lappersfortbos te ridderen.

De eerste reden is persoonlijk. Ik herinner mij hoe ik na schooltijd thuiskwam. Het was voorjaar en ik was zeven. De twintig zomereiken die rond de weide voor ons huis stonden, waren allemaal omgezaagd. De machtige reuzen lagen tegen de grond. Weerloos. Met gebroken takken. Een slagveld dat mij voorgoed is bijgebleven. Mijn vraag - ‘Waarom?’ - is nooit echt beantwoord. Omdat bomen lastig zijn: ze verliezen hun bladeren en trekken beestjes aan? Omdat ze in de weg staan? Omdat kwajongens in hun kruin klimmen en er wel eens uit donderen? Omdat ze te veel schaduw werpen? Om het hout? Ik weet het nog altijd niet.

De tweede reden is historisch. Kijk naar Paaseiland. Een mysterieus eiland in de Stille Zuidzee met enorme beelden die met hun grote ogen als bewakers langs de kustlijn staan. De beelden zijn boomhoog. Sommige beelden zijn schijnbaar omgevallen. Maar schijn bedriegt: ze zijn neergehaald. Concurrerende stammen wilden kost wat kost het grootste standbeeld bouwen. Dat ze daarvoor de grote palmbomen moesten kappen om die beelden te vervoeren, was bijzaak. Bomen geven waterdamp af. Ze trekken wolken aan. Geen bomen. Geen regen. Geen gewassen. Geen eten. Geen kano’s. Toen de Paaseilanders honger kregen, haalden ze in blinde woede een aantal van die beelden neer. De neergang van Paaseiland begon met een ecologische crisis. De oorspronkelijke inwoners zijn later, door contact met onze ‘moderne’ maatschappij, zo goed als uitgestorven. Stel je de wereld eens even zo voor: een ontvolkte, kale plek waar alleen nog de machtige gebouwen overeind staan.

Mensen hebben bomen nodig. Hebben bomen een eigenaar? De ‘zonevreemde’ bomen in Het Lappersfortbos zijn pionnen die kunnen sneuvelen in een economisch spel. De bomen te Flobecq op het terrein van Marcel Fort worden geofferd voor een stort in het hart van het oude d’Hoppebos. Zijn er geen grenzen aan ‘eigendom’ wanneer het milieu vervuilt en de gezondheid van onze kinderen in het gedrang komt?

Bomen zijn wachters, bewakers, beschermers. Op plekken die door de mensen vergeten worden, kunnen zeldzame planten gedijen.

Bomen zijn ridders omdat ze kost wat kost hun ding blijven doen, tegen de stroom in. Maar bomen kunnen zich niet verdedigen. Wie voor de bomen opkomt, mag zich een Ridder van Het Kapersnest noemen.

 

w ww.kapersnest.be / www.ggf.be