Lappersfortburgerschap

 

LAPPERSFORT-BURGERSCHAP : SAMEN ZUURSTOF GEVEN AAN EEN DUURZAAM BRUGGE
 
Achtergrondtekst  bij  het  Lappersfort-manifest
voor inspraak, participatie en betrokkenheid...
 
Opdat het hart van de schildpad nooit ophoudt met slaan !
(dixit Pietje de Leugenaar uit Oosterdonk)
 
INHOUD : VISIETEKSTEN & ERVARINGSBERICHTEN
 
1. Twintig minuten, twee bulldozers en de politie volstonden...
   StRaten-Generaal in Antwerpen
2. Vereador Boal : Legislatief theater in Brazilië
3. Ecologisch burgerschap
 

1. TWINTIG MINUTEN, TWEE BULLDOZERS EN DE POLITIE VOLSTONDEN
(Buren in beweging, de oktoberrevolutie van 1998 te Antwerpen ) (uit de gazet van Babel)
 
Er waren enkele "ongehoorde" hoorzittingen. Buurtbewoners, verontrust over
de dreigende kaalslag in hun biotoop, drukten de wens uit de bomen te laten
staan en zoveel mogelijk te integreren in het plan. Zij werden weggelachen.
 
In hun zelfverdediging zullen de beleidsverantwoordelijken de bewoners
verfoeien: "Voorlichting aan de bevolking maanden, zelfs jaren vooraf, bleek
van geen tel te zijn geweest. (...) Het concept was nog niet doorgedrongen
en de emotie maakte elke informatieoverdracht onmogelijk (ir. G. D. in
Groencontact 1999/2)
 
Hieruit blijkt duidelijk gemaakt dat communicatie als éénrichtingsverkeer
wordt opgevat: er wordt beslist, en daar kan men op een hoorzitting gewoon
naar komen luisteren. Met enige of veel arrogantie worden opmerkingen van de
alsmaar schaarser opkomende bewoners (men raakt terecht gedemotiveerd) door
beslissers en betweters gecounterd.
Bovendien blijkt uit de hele retoriek tegen de bewoners dat emotionele
argumenten geen argumenten zijn, zelfs 'foei' zijn, en dat bewoners sowieso
geen benul hebben van 'concepten'. Dat ze kneuterig en conservatief zijn,
ook 'foei'! Twee stokpaardjes worden eveneens van stal gehaald: de omeletten
en (plotsklaps en nog nergens anders iets van in het beleid gemerkt) het
denken aan onze kinderen en kleinkinderen. Is dit plotselinge gebruik van
emo-terminologie een poging om het langetermijn-denken van de overheid en
enkele architecten en ingenieurs aan de man te brengen?
 
In tegenstelling tot wat zich eruit pratende schepenen beweren, namelijk dat
bewoners maar wat eerder hadden moeten reageren, dat ze niets van zich
hadden laten horen, en dat ze bijgevolg nu niet moeten afkomen..., halen
wij de aangetekende brief boven die 'straatoverleg Museumbuurt' verzond.
Onnodig te vermelden dat hierop geen antwoord kwam en dat zelfs, bij
herhaling van het protest, elke reactie uitbleef. De ingeschakelde
ombudsdienst antwoordde na verschillende interpellaties dat zij, op hun
beurt, zelfs na herhaalde keren te hebben aangedrongen, nog steeds lik op
stuk kregen van het stadsbestuur.
 
In de vroege herfst van 1998 werd gestart met de werken aan de Leopold De
Waelplaats. Een laatste hoorzitting in september dient om vragen over het
scenario te beantwoorden. Nog éénmaal probeert een bewoner te vragen of het
echt menens is dat de Japanse kerselaars en de voortuin van het Museumpark
moeten verdwijnen. Antwoord van Schepen De Loose: "Die bomen zijn ziek, en
de nieuwe bomen moeten in het ontwerp passen".
 

Oktober '98
 
Bij één van de wandelingen door het park zegt Annelies (dochter auteur):"
Mama, ik ga die bomen zo vreselijk missen. Ik zou zo graag mijn armen er
rond slaan, ze vasthouden en troosten..."
 

Zaterdag 17 oktober
 
Annelies vindt op een afvalberg van de werken in de voortuin van het
museumpark een verregend strooibriefje "RED DE BOMEN". Er staat op dat men
de daaropvolgende maandag zou beginnen de bomen te rooien, en of men niet
iets zou kunnen verzinnen als ultiem redmiddel, of tenminste als afscheid
van de bomen. Er wordt voorgesteld de zondagmiddag op de trappen van het
museum bijeen te komen en te beraadslagen.
Annelies kopieert het briefje zoveel keer als ze nog zakgeld heeft, en samen
met een vriendinnetje beginnen ze aan de verspreiding in de buurt en aan het
schilderen van spandoeken. Het nieuws gaat als een lopend vuurtje...
 

Zondag 18 oktober
 
Om vier uur sijpelen tientallen nieuwsgierige en verontruste buurtbewoners
van allerlei pluimage naar de trappen. Gesprekken ontspinnen zich. Stef, een
bijna fulltime wereldredder - predikt de liefde voor de bomen, Bram -
eveneens boomliefhebber - blijkt het alarmbriefje gemaakt te hebben en
alvast een advokaat gealarmeerd te hebben. Dirk is met protestacties niet
aan zijn proefstuk. Ikzelf zal stilaan woordvoerder worden, het appartement
hoofdkwartier. Overleg en verontwaardiging - want natuurlijk drong de
consequentie van de heraanleg nu pas echt door - gingen gepaard met
(hernieuwde) kennismaking.
 
Resultaat van de eerste ontmoeting: de advokaat zou verder bevraagd worden,
een boomexpertise zou aangevraagd worden, en om uitstel van executie te
creëren zou men vanaf 's ochtends 7.15u voordat de werken zouden starten bij
verrassing de bomen met muziek, ontbijt, kinderen,...bezetten. 's Nachts
zouden we naar de pers uitnodigingen faxen om 's ochtends naar onze
persconferentie te komen.
Een hectische nacht.
 

Maandag 19 oktober
 
7.15u: Tientallen buren zijn met ontbijt, ladders, muziekinstrumenten komen
opdagen. Enkelen bezetten de bomen. De pers is aanwezig. De verrassing is
gelukt. De politie in burger verschijnt en screent het publiek: als ze
eerlijk en professioneel zijn zouden ze moeten doorseinen dat behalve enkele
jongeren die gekend zijn van de Spaak- en Tandrad fietsguerilla er ook
schoolmeisjes, middenstanders, zakenmensen, artisto's, bejaarden,
doordeweekse dames en heren,... de trappen bevolken. Enkele jongeren zijn in
de mogelijkheid om na het vertrek van schoolkinderen en werkhebbenden, een
permanente bezetting aan de trappen te garanderen, tot 's middags of 's
avonds de alsmaar talrijker wordende buren en sympathisanten opdagen voor
verslag van de dag, en plannen voor de volgende...
 
De beroering die is ontstaan en die zich via strooibriefjes en via de pers
over de stad verspreidt, zet kwaad bloed bij het stadsbestuur. Zij worden
overspoeld met telefoons en faxen. De pers wordt overspoeld met
lezersbrieven.
Meer dan een week lang zullen de buren vergaderen, informatie allerhande
verzamelen, aan tafel zitten met - ondertussen twee advokaten, de pers te
woord staan, en elke dag vanaf 7.15u post vatten aan de museumtrappen.
 
Schoolkinderen komen op 'onderzoek' naar de situatie, horeca-uitbaters en
winkels sponsoren met voedsel of kopies. Buren vangen elkaars kinderen op en
lopen bij elkaar de deur plat. Wijn, discussies over groenbeleid, het beleid
van de Groenen, democratie, nepinspraak, cultarchitectuur, utopieën,
vertrouwelijkheden over het eigen curriculum vitae, tipjes van sluiers over
de gang van zaken in de overheidsdiensten,...maken van deze zeer
multiculturele week een maand om nooit te vergeten.
 

MET GEWELD ONDERDRUKT
 
Maandag 26 oktober
 
In overleg met de advokaten Beels en Swinnen, zou men de volgende dag,
dinsdag 27 oktober, van de rechter het stilleggen van de werken aan het park
afdwingen in kortgeding. Aangezien het dreigende vellen van de bomen
onherstelbare schade zou betekenen mocht na behandeling van de zaak blijken
dat het park bijvoorbeeld in zijn oorspronkelijke staat zou moeten hersteld
worden.
 
Bewoners zouden de Stad Antwerpen dagvaarden wegens 'in gebreke zijn' of
'onzorgvuldig handelen', foutief besturen (art.1382). De belangrijkste
argumenten waren :
* Het negeren van het door de EEG voorziene "recht op wonen". Burgers die
een woonplaats kiezen om specifieke redenen, bijvoorbeeld de aanwezigheid
van groen, ruimte (sowieso al schaars in de stad) hebben het recht dit te
verdedigen. Wordt hen deze elementen van meerwaarde zonder medezeggenschap
ontnomen, dan wordt hiermee de stadsvlucht aangemoedigd, slaat de sociale
verdringing toe, ten koste van integratie en een harmonieus en organisch
vernieuwend samenleven. Overheid in gebreke.
* Als de overheid een opdracht geeft voor het uitvoeren van werken, dan moet
daar ook enige aanwijsbare nood aan voorafgaan, zoals bijvoorbeeld het
aanpakken van verkeersonduidelijkheid. Bewoners en gebruikers die betrokken
partij zijn, vrezen dat bij uitvoering van het ontwerp de
verkeerssituatie allerminst opgeklaard zal worden. Ondermeer omdat er geen
fietspad voorzien is . (Tijdens een werklunch met opdrachtgever, architecten
en aannemer, werd in een naburige restaurant het volgende opgevangen: "Een
fietspad is niet nodig, dat is toch maar voor een paar bejaarden en
steuntrekkers"). Overheid alweer in gebreke.
* Als de overheid in opdracht van bewonersbelangen handelt, moet zij dat ook
met zorg voor het budget doen. Het prijskaartje van de heraanleg heeft een
hoge verspillingsfactor. Foutief besturen.
* Bovendien is de overheid nalatig in de zorg voor haar patrimonium: het
park werd en wordt verwaarloosd. De hekken, die nota bene beschermd waren,
werden gedemonteerd en afgevoerd. Er werd dus een ingreep goedgekeurd die
strijdig is aan het besluit van de Vlaamse Executieve houdende de
bescherming als monument.
* Daarenboven wilden we aantonen dat de overheid niet -zoals het hoort -
luistert naar de burger noch naar vertegenwoordigers of hun adviezen,
waardoor de burger als het ware rechteloos wordt. Wat hierop volgt is
daarvan een bewijs te meer.
 

Maandagavond 26 oktober 1998
 
Gemeenteraadszitting. Conclaaf in de coulissen...
 

Dinsdag 27 oktober 1998
 
Nog een laatste maal zouden de buurtbewoners vanaf 7.15u de bomen bewaken,
tot de advokaten bij de deurwaarder de procedure zouden gestart hebben.
 
TE LAAT !!!
 
Om 5.00u gewekt door het oorverdovend lawaai van twee bulldozers die in
nauwelijks een halfuurtje tijd alle bomen (lindes, populieren, meidoorns en
de veel besproken Japanse kerselaars) van de voortuin omverrijden.
 
HALLUCINANT !
 
Politie in burger staat op de hoeken van de straat. Acht politiecombi's
staan klaar in de Karel Rogierstraat, om de werkmannen te beschermen tegen
de "bewonersguerilla"!
 
Inderhaast uit bed, paniek, elkaar verwittigen.
Totale verbijstering. "Gestapo" en "zo moet de coup in Chili geweest zijn"
flitsen door hoofd en maag. Bellen naar politie om hulp " want we gaan
seffens naar de rechtbank om het park te laten beschermen..."
Geen politie voor de burger, ze zijn allemaal ter plekke, maar dienen andere
bevelen, tegen de burger.
 
In enkele minuten tijd de omgereden bomen bezet en de pers verwittigd. De
verhakselmachines die in de zijstraten klaar staan, worden onverrichterzake
teruggestuurd: de rekening volgt.
 
8.00u - 9.00u
 
De stad ontwaakt en schrikt: The Killing Fields...
Het stadsbestuur heeft haar slag tegen de burgers gewonnen! Vreemde visie op
samenwerken aan een leefbare stad...
Kortgeding heeft geen zin meer: de dwingende  reden is van de kaart geveegd!
Toch procederen lijkt niet opportuun: is geld en energie investeren om enkel
nog gelijk te halen. Burgers weten beter: wat heb je aan gelijk als je
gewoon je park wou beschermen. Wat heb je aan meestappen in een 'eens laten
zien wie er gelijk en macht heeft' provocatie. Er is zoiets  als de
waardigheid van de burger. Machtsspelletjes, neen bedankt. Protesteren, ja.
Wat we wel willen, manifesteren, ja. Constructief doordenken hoe het beter
kan, ja.
 
De reacties liegen er niet om.
Tot op de dag van vandaag wordt er verwezen naar het gewelddadig neerslaan
van de bomen, naar het recht op inspraak, het officieel recht op
rechtspraak, het recht op bescherming, op een andere smaak dan de officiële,
recht op houden van...
 
Commentaar van de overheid: " We hebben de emoties die deze ingreep zou
teweeg brengen onderschat. En daarbij: de bomen waren toch ziek!"
 
Hier werd StRaten-Generaal geboren : om het bewustzijn aan te wakkeren,
zodat gelijkaardige situaties zich niet zo gauw meer voordoen. Er staan nog
bomen in de stad...
 

Donderdag 29 oktober 1998, 5.20u
 
Verhakselmachines en een ploeg van acht werkmannen (met oorbeschermers)
gewapend met kettingzagen en onder politiebescherming, doen alweer
oorverdovend hun werk tot aan de middag. Klachten bij de politie tegen
nachtlawaai vinden geen gehoor, omdat ze ingegeven zouden zijn door
ontevredenheid van de bewoners met de nieuwe plannen !
 
De tuin is schoongeveegd. Met de hulp van de dienst 'Groenzorg'. Geen zorg: in
totaal werden op de Leopold De Waelplaats 93 bomen in mootjes gehakt, maar
volgend jaar zullen er een 50-tal jonge voor in de plaats komen, het plein
zou groener ogen dan voorheen...
 
De allure kan beginnen.
 

PROTEST, MANIFEST, BROEINEST
 
In tegenstelling tot wat de burgervaders en -moeders voor zichzelf hoopten,
hield het protest niet op. De bomen, de tuin, de beelden, waren weg, maar
het verzet tegen de barbarij hield stand en de verstandhouding tussen de
buurtbewoners ook. We zouden er ook werk van maken wensen, grieven, kennis,
kritiek, plannen en alertheid zichtbaarder te maken. We zouden zelf
projecten uitbroeden en, als het enigszins kon, de overheid aansporen zelf
wat meer maar anders aan projectontwikkeling te doen. Kwestie van een goed
vooruitzicht voor Antwerpen.
 
Geïnspireerd door een schrijven van UNESCO-centrum Vlaanderen noemen we ons
bewonersoverleg, of constructieve samenzwering: de Kersentuin.
 

TAM-TAM MAKEN
 
Voor de buurtbewoners die elkaar leerden kennen op de trappen van het
museum, was de brutale manier waarop de stad de Japanse kerselaars liet
vellen een extra stimulans om te blijven ijveren voor meer eerbied en
inspraak voor de burger.
Dat de stad vaak meer 'propaganda' verspreidt dan tijdig informatie te
verstrekken, blijkt meer dan eens. Daarom groeide eind november de idee om
een heuse buurtinformatiewinkel op te zetten: Tam-Tam, uit het hout van
Japanse kerselaars gesneden!
 
De winkel had op zijn minst drie goede redenen om zich Tam-Tam te noemen:
* het is inderdaad de bedoeling om 'tam-tam' te maken telkens de stad
opnieuw zo'n stunt uithaalt.
* de tam-tam is een eeuwenoud communicatiemiddel en de info-winkel wil een
communicatiefunctie vervullen.
* De tam-tam is een bekend instrument van de derde wereld, en de info-winkel
is tevens de Wereldwinkel van het Zuid. Bekommernis om de leefkwaliteit in
de derde wereld verbinden aan de inzet voor rechtvaardigheid en
leefkwaliteit in de eigen buurt.
 

LE BOURGEOIS NOUVEAU EST ARRIVé
 
Idealisme : van eretitel tot stigma. De oppositie tegen het volk kan verder
zijn gang gaan, nu met hun medeplichtigheid door hooghartigheid, stilzwijgen
en hardhorigheid. Er wordt geroepen , van burgers tot Sans papiers. Er is
competentie bij burgers en ambtenaren. Waarom wordt daar niets mee gedaan ?
Waarom wordt er niets gedaan met het feit dat er niets mee gedaan wordt ? De
selectieve hardhorigheid van de machthebbers wordt op een aanstootgevende
manier gecounterd door de doelbewuste misvatting van communicatie, de
illusie van inspraak en rookgordijnen overlegorganen. Deze
ontmoedigingspolitiek (met voorbedachten rade ?) is een schending van het
(psychologisch) territorium van de mens-in-de-straat, met alle ongewenste
gevolgen en vooruitzichten vandien...
Laten we de democratie verloederen tot er een superarchitect opdaagt die
bevel geeft de democratie met de grond gelijk te maken en de stad schoon te
vegen? Of zullen we de democratie verzorgen, koesteren, en met liefde
beheren zodat ze verder wortel kan schieten en steviger uitgroeien ?
 

HET PLEIN IS AF ?...
 
Woensdag 12 mei 1999
 
De preview aan het Museum voor Schone Kunsten. De architecten, de overheid,
betrokkenen van het Museum lopen bewonderend over hun plein. Het gepaste
antwoord op het lokale ongenoegen. Enkele dissidente buurtbewoners maken ook
hun opwachting met een voorstelling van zaken in een krantje. Als contrast
met heel dat kunstmatig discours van zij die het monopolie claimen op goede
smaak en eigentijdsheid.
 

Vrijdag 15 mei 1999
 
Officiële opening van het Antoon Van Dijckjaar, in aanwezigheid van de
gestelde lichamen, prominenten, insiders, uitverkorenen en Prins Filip.
Aan alle wilde plannen voor een interventie hebben buurtbewoners heel veel
plezier gehad. Aan de uitvoering ervan hebben we gelukkig verzaakt.
Angst? Schroom? 't Is de tijdsgeest niet? Wellicht effectiever op een andere
manier. ' s Avonds worden een duizendtal genodigden verwacht voor een feest
op een heel-de-eerste-verdieping-breed tapijt van speciaal voor de
gelegenheid gekweekte graszoden.
De clan en de acolieten zijn unaniem: het plein heeft allure!
Het Vreugdevuur der Ijdelheden...
 
Laag bij de grond, aan de trappen van het Museum, houden enkele tientallen
buurtbewoners een plebejische pic-nic op het beton met kostelijke laag
natuursteen. De ons reeds vertrouwde politie is weer van de partij, en is er
niet over te spreken dat "we hiervoor geen toelating hebben gevraagd,
kwestie van democratie. Niet dat het persé geweigerd zou worden, neen, neen.
Kwestie van als de notabelen bellen om te vragen wat er gaande is, dat wij
ze gerust kunnen stellen. Per slot van rekening hebt U blijkbaar toch ook
weer niet meer zoveel volgelingen."
 

Noortje WIESBAUER
 

SLAAP ZACHT MENEER DE REGENT
 
De erven Fortuyn klappen in elkaar als een soufflé. Volgens sommige
politieke waarnemers moeten de analisten die maandenlang naar de
maatschappelijke humus van het fortuynisme hebben
gepeild, mee op de knieën. Zij die meenden dat er
toch wel wat schortte aan de lokale democratie, aan de
representativiteit van de traditionele partijen, zouden nu ongelijk
krijgen omdat diegene die dat aanvoelen op een bepaald moment heel
even scherp en populistisch heeft vertaald, of geëxploiteerd, (Fortuyn dus)
straks geen kamerzetel meer overhoudt.
Het is als zeggen: ook dit jaar was er weer geen Witte
Mars, ergo de maatschappelijke humus waarvan die een eenmalige en
chaotische uitdrukking was, is ook van de baan. Of
ook: Wallonië heeft geen extreem-rechts dankzij de goede oude zuil van
de PS.
 
Verkiezingsuitslagen zeggen iets over de machtsverhoudingen binnen de
staat, weinig over de staat van de samenleving.
Zoals je uit kijk- en leescijfers bijster weinig kunt afleiden over de
mens die ons bekijkt en leest. Dat hebben ze in Nederland (hopelijk) geleerd
in dit annus horribilis. Dat hadden we in
Vlaanderen ook al langer mogen weten. Volgend weekend vindt
in Antwerpen de negende StRaten-Generaal plaats, een congres van
wakkere Antwerpse burgers. Allesbehalve antipolitiek,
wel kritisch en afstandelijk jegens het gezag in al zijn geledingen.
En precies omdat ze zo kritisch zijn geen prooi voor de
rattenvangers van het Blok. Zo waren er in Nederland, lang voor
Leefbaar Nederland en Fortuyn, heel wat wakkere burgers
die zich lokaal verenigden. Aan politiek deden in de letterlijkste zin.
 
Als de Nederlandse pers iets te verwijten valt, is het precies dat ze
die stroom te weinig heeft aangevoeld, zich te veel liet
verblinden door de kale knikker van Pim. Zoals wij met onze zwarte
lichtbak. Zoals een collega deze week op onze
politieke-redactievergadering opperde: "Misschien staan we soms wel
wat te ver van het volk." Dat we goed verkopen, dat
straks in Nederland wellicht weer een 'klassiekere' coalitie uit de
bus komt, doet daar geen afbreuk aan. Integendeel
misschien: het verblindt. De verleiding over te gaan tot 'de orde van
de dag', nog even verder te dansen op de vulkaan die
Mark Elchardus al tien jaar boek na boek beschrijft, is ronduit
gevaarlijk.
 
 
 
'Wij vechten tegen verzuurde politici'
 
StRaten-Generaal verzamelt wakkere burgers in Antwerpen
 
Politici klagen al jaren over desinteresse van de burger. Maar als die
burger zich dan eens kritisch engageert, wordt hij prompt gewantrouwd. Zeker
als hij zich niet meteen tot een van de bekende partijkleuren bekent. Dat is
de ervaring van enkele Antwerpenaren, twee jaar nadat ze zich verenigden in
een StRaten-Generaal. 'De politici zijn lief voor ons. Ze vrezen dat we wel
eens een partij, Leefbaar Antwerpen, zouden oprichten. Ik kan ze
geruststellen: zo dwaas zijn we niet. Maar het woord 'leefbaar' vinden wij
wel waardevol genoeg om het ons niet te laten ontfutselen door Philippe
Dewinter. Het Vlaams Blok heeft in zijn geschiedenis al genoeg kunnen
recupereren.'
 
Aan de vooravond van de gemeenteraadsverkiezingen van 2000 had een
aantal burgers die al jaren actief waren in allerlei Antwerpse wijkcomités
en verenigingen, er geen goed oog in. De stad werd nog altijd op dezelfde,
vrij klassieke manier bestuurd vanaf 't Schoon Verdiep. Van boven naar
beneden: politici en administratie maken plannen, de burger mag die wel
eens inkijken en desgewenst commentaar leveren, maar meestal pas nadat
de beslissing al gevallen is. Van de vele buitenlandse praktijkvoorbeelden
over hoe een stad anno 2000 best gerund kan worden om een aantal typische
stedelijke problemen aan te pakken, was nog niet veel te merken.
 
Een aantal burgers verenigde zich daarom in een StRaten-Generaal (SG).
Een los-vast netwerk waar individuen,bewonersorganisaties en andere kleine
spelers op het lokale middenveld hun ervaringen en acties kunnen bundelen.
Onafhankelijk van alle partijen, maar verre van antipolitiek proberen
ze overheid en administratie tot samenwerking te bewegen. Het onthaal door
de partijen was aanvankelijk koeltjes.
Daarna kwamen de soms verfijnde, soms lompe pogingen om die 'blijkbaar toch
niet zo zure' burgers op te vrijen, achter een partijpolitieke kar te
spannen.
 
Maar sinds een jaar is er op diverse fronten beterschap opgetreden in
de verhoudingen. Vertegenwoordigers van SG deden hun intrede in allerlei
overlegorganen. Ze zitten mee aan tafel bij de cel Grootstedenbeleid van de
Vlaamse Gemeenschap, die zich buigt over "burgerbetrokkenheid en
bewonersparticipatie". Ook zijn ze betrokken bij enkele labs voor 'civiele'
samenwerking die met steun van federaal regeringscommissaris voor het
Stedenbeleid Charles Picqué (PS) op de sporen werden gezet. In Antwerpen
zelf hebben ze sinds kort een antenne in de Milieuraad en de Gecoro
(gemeentelijke commissie Ruimtelijke Ordening).
 
"Het is een begin", zegt Noortje Wiesbauer, een van de drijvende krachten
achter SG. "Maar tot nu toe gaat het in al die overlegorganen nog altijd
maar uitsluitend over het idee van participatie zelf. We praten over
modellen van samenwerking met de politiek, maar aan het eigenlijke werk -
waar zo'n samenwerking dan over kan gaan - zijn we amper toe. In
Antwerpen-Noord zitten we wel mee in een project voor jongeren. Het gaat om
een Europees initiatief voor achtergestelde buurten. Antwerpen bleek
bijzonder veel buurtprojecten te hebben, maar je zag er bijzonder weinig
van. Niet omdat het aan goede bedoelingen zou ontbreken, wel omdat de stad
voor de vele actoren te groot is. En omdat te veel inspanningen botsen op
muren van bevoegdheden. Daar kunnen we een schakel zijn, mensen
samenbrengen. Wij zitten niet vast in hokjes of bevoegdheden, we kunnen als
bewoners vanuit de stad zelf - waar geen hokjes staan tussen milieu,
gezondheid, ruimtelijke ordening, wijkleven, cultuur, ... - ervaring
inbrengen en begeleiden. Wij willen niet in de plaats van de overheid gaan
staan.
 
We zijn een drukkingsgroep. Een aantal vooral jongere politici en
ambtenaren begint dat idee van een partnerschap prima te begrijpen. Dat is
onze bedoeling: mensen appetijt geven, de politici zelf en andere burgers.
Maar velen beschouwen ons nog altijd in de eerste plaats als concurrenten."
 
Of ze zelf soms niet het gevoel hebben dat ze nu worden toegelaten in
al die organen als 'excuusburgers'? "Soms wel", zegt Lin Ploegaert.
"Sommigen beschouwen ons als een luis in de pels, maar dat vinden we evenmin
een geuzennaam. Het is onze bedoeling niet. Het zegt meer over het
wantrouwen van de politiek en de overheid in de burger, en vooral in
verandering, dan over ons. Het cliché van de verzuurde burger is hardnekkig.
Het is vooral een projectie van verzuurde politici op de samenleving. We
latenn ons niet provoceren. We doen beleefd verder."
 
Hoe kijken ze aan tegen een politicus als Steve Stevaert (SP.A), die
de verzuring wil verzoeten met straatbarbecues, zoals bij het begin van de
werken aan de leien? "Een beetje doorzichtig, nee?", zegt Wiesbauer, "30
miljoen propaganda. Al heeft het zijn verdienste omdat het bewoners
samenbrengt. Maar als dat het enige is, brood en spelen, dan ben ik
sceptisch. Je geeft burgers een feest, maar je hebt eerst wel al hun bezwaren over de politieke beslissing zonder meer van tafel geveegd. Dat is cru en tactloos. Maar als buren elkaar op die gelegenheden leren kennen en ze komen de
volgende keer al eens naar een wijkoverleg of ander forum, dan heeft het
misschien zijn nut. Al denk ik niet dat dit het effect is dat de politici
die zulke dingen organiseren, beogen."
 
Er kwam op die straatbarbecue wel meer volk af dan op de acht bijeenkomsten
van de SG tot nu toe. Voor politici is dat een doorslaggevend argument:
representativiteit. Ploegaert en Wiesbauer keren de redenering om. Er zijn
allerlei filantropische verenigingen, van de Koning Boudewijnstichting tot
de Evens Foundation, die evenmin leden of een achterban hebben. Hun missie
bestaat erin om allerlei vormen van 'samenlevingspolitiek' te stimuleren.
Ploegaert: "SG is geen partij, wij zijn zelfs geen vereniging. Wij
vertegenwoordigen niemand, wel een aantal principes. De partijen domineren
de media. Elke scheet in een partij is nieuws. Waar het echt over gaat, politiek en samenleving, komt minder aan de orde. Wij zijn niet tegen de partijen. Integendeel. Een van de inzichten die we proberen los te weken is dat als organisaties in het middenveld, ngo's en de bevolking mee het politieke bedrijf zouden uitmaken, dat op zich juist heel remediërend kan zijn voor de politieke partijen. Nu zitten ze vast in hun wantrouwen. Vanuit die egelstelling zeggen ze dat de burger hén te veel wantrouwt. Tja."
 
SG wil niet overtuigen met aantallen of gezichten. "Er zijn al BV's genoeg
en die brengen maar weinig sociaal kapitaal in", zegt Wiesbauer. "Het zou
wel helpen mocht er eens iemand opstaan die met enige autoriteit de
essentiële boodschap kan uitdragen: 'Politici, partnerschap loont.' In
Engeland heeft een hoge magistraat, lord Scarman, twintig jaar geleden die
rol vervuld. Naar aanleiding van rellen in achtergestelde buurten, maakte
hij een rapport met aanbevelingen. Zijn conclusie was zonneklaar: de mensen
waar het in die buurten om ging, werden niet ernstig bij het beleid
betrokken. Ze werden vermalen en vernederd, met de vinger gewezen. Of het nu door Margaret Thatcher of Tony Blair was.
Daaruit is de Scarman Trust gegroeid, met als eenvoudige slogan:
'Can Do.' Misschien moeten we in Vlaanderen ook maar eens op zoek naar zo'n
gezagsvolle man of vrouw met street credibility."
 
Een 'leider'? "Nee, dank u, wij hoeven geen Vlaamse Pim Fortuyn", zegt
Ploegaert. "Daar zijn die politici van ons toch zo bang voor, hé? Dat we
'aan politiek' zouden gaan doen. Onafhankelijkheid staat niet in hun
woordenboek. Geen enkele burger staat boven alle verdenking. We moeten geen
partij oprichten.
Dan treedt dat hele mechanisme van 'dweep, beschadig en sla neer' in
werking, zoals met Fortuyn. Het mist bovendien zijn doel. Liever een
stichting of een aantal figuren met enig maatschappelijk kapitaal die met
muizenstapjes mentaliteiten kunnen veranderen. Die politici en anderen
kunnen doen inzien dat als je een stad duurzaam leefbaar wilt maken, je niet langer zonder actief burgerschap kunt."
 
Vlaams Blok-voorman Philippe Dewinter kondigde anderhalf jaar geleden,
naar aanleiding van de verkiezingsoverwinning van Fortuyn, de oprichting van
een "burgerplatform" aan, Leefbaar Antwerpen. Wiesbauer: "Laat hem maar
doen. Het Blok heeft juist alles te vrezen van een écht burgerplatform. En
van een stad die door meer participatie inderdaad leefbaarder zou worden."
 

Vandaag komt de StRaten-Generaal vanaf 9.30 uur samen in het Hoger Instituut
voor Vertalers & Tolken te Antwerpen. Er worden werk- en infosessies
georganiseerd en er wordt geluisterd naar getuigenissen van actiegroepen uit
binnen- en buitenland. De dag wordt afgesloten met een plenaire vergadering
om 15.30 uur.
 
26-10-2002 Filip Rogiers in De Morgen 
 
 
 
2. LEGISLATIEF THEATER, EEN INSTRUMENT VOOR KWALITATIEVE VERDIEPING VAN
DEMOCRATISCHE PROCESSEN
 
Inleiding
 
In de besluiten van zijn artikel: "The third Way: Die Neue Mitte/Mythe?"
verschenen in het tijdschrift Oikos 2/2000, schrijft Dirk Holemans het
volgende: "Er is nood aan nieuwe bruggen tussen burgers en politiek, waar burgers vanuit hun eigen levensverhaal kunnen deelnemen aan publieke debatten.  Zo kunnen menselijke ervaringen terug de politiek inspireren en voeden."
 
Dat er nood is aan nieuwe bruggen tussen burgers en politiek wordt vrijwel
door alle democratische politici in het westen verkondigd. De enen doen het
vanuit meer populistische drijfveren en willen zo een hele schare burgers
achter hun partijpolitieke standpunten krijgen. Dit leidt meestel tot
uitholling van democratische processen.
Andere politiekers 'werken aan de kloof' om burgers achter de standpunten en
de maatregelen te krijgen van de beleidsinstanties waarvoor ze gemandateerd
zijn. Hier ontstaat er dikwijls een vreemde loyaliteit tussen bureau- en
particratie. Een hermetisch huwelijk waarin de ene partner de andere afdekt
tegen de kritiek en het verlangen van de burgers. Ook deze praktijk is een
afkalving van democratische vernieuwing.`
 
Waar het mij in het artikel van Holemans om te doen is, is de werkelijke wil
om het democratisch proces bij de bevolking te dienen door politieke
organisatie. Dit is een nuance die doorheen de lectuur van het artikel -voor mij- sterk naar voor kwam.
 
Ik zou nog een stukje verder willen gaan in deze redenering: we hoeven de
burger niet te betrekken bij de politiek maar we moeten de politieke
organisatie af stemmen op de burgers. Dit lijkt simplistisch maar voor
mij is het een wezenlijke nuance als we van 'nieuwe politieke cultuur'
spreken.
Ik spreek hier graag over de 'kwalitatieve verdieping van democratie'. De
term 'democratie' beschouwend als een levensproces van bevolkingsgroepen dat
geïntensifieerd kan worden.
 
Het zijn bovenstaande  beschouwingen die mij er toe aanzetten om het werk
van Augusto Boal in deze context uit de doeken te doen.
Ik ben er zeker van dat zijn 'legislative theatre', een uniek politiek
theaterexperiment dat zich afspeelde in de straten en een segment van het
stadsbestuur van Rio de Janeiro tussen 1993 en 1996, een concrete bijdrage
kan leveren aan de kwalitatieve verdieping van de democratie.
 

A. FORUMTHEATER
 
Om het 'legislative theatre' te begrijpen is het nodig om eerst aandacht te
besteden aan de theatermethode: forumtheater, waarvan Boal de bezieler is.
 
Historiek
 
Net als in verschillende Latijns Amerikaanse landen bestond tijdens de
beginjaren '60  in Brazilië een ruime sociale beweging van kleine
boerengezinnen die zich vooral plaatselijk verenigden om een soms vrij
combatieve vuist te maken tegen het grootgrondbezit en de corrupte
beleidsapparaten.
Boal leidde toen een groep acteurs die aan 'sociaal theater' deden. De troep
trok het land door en poogde binnen de strijdcultuur van de kleine boeren,
in vaak kleine boerengemeenschappen het vuur brandend te houden.
Dit aanvankelijke strijdtheater ondervond allerlei invloeden.
In de eerste plaats vanuit het publiek zelf: het was duidelijk dat deze
geschoolde artiesten de problemen van de meestal ongeletterde boeren enkel
beschouwelijk konden benaderen. Een wezenlijke invoeling  met de situatie en
het leed van de boerenmensen stuitte op een aanzienlijke kloof.
Het was ook de tijd dat het gedachtegoed van Guevara en P. Freire, Boal
bereikten (Boal werkte in die tijd regelmatig samen met Freire). Deze
verschillende elementen hebben er toe geleid dat het aanvankelijke
strijdtheater langzaam maar zeker evolueerde naar forumtheater. Een
theatrale debatvorm die niet enkel bruikbaar was binnen Brazilië maar ook in
andere Latijns-Amerikanen landen die met dezelfde
onderdrukkingsverschijnselen te kampen hadden.
In de jaren '70 en '80 woonde Boal -aanvankelijk in ballingschap- in Europa.
Van daaruit kende het forumtheater een grote verspreiding. Her en der werden
gezelschappen opgericht die deze vorm rond allerlei Europese onderwerpen
bezigden (Portugal, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Nederland, Italië,
enz.). Voor Vlaanderen was dit onder meer de theatergroep Kopspeld.
In Europa werd de methode inhoudelijk aangepast: de onderdrukkingsthemata
waarover forumstukken in Europa handelden waren meer versluierd,
intrinsieker dan in Latijns Amerika waar een uitgesproken dictatoriale sfeer
heerste. In Europa handelde men meer over eenzaamheid, depressie,
verslaving, geweld binnen gezinnen, relationele situaties, enz.
Momenteel wordt forumtheater over de ganse wereld gebruikt (Japan, India,
Zuid en Centraal Amerika, Australië, Europa, Afrika en Noord Amerika.)
Onderwerpen zijn legio: de positie van de vrouw, geweld binnen relaties,
rassendiscriminatie, pestgedrag tussen werknemers en tussen leerlingen,
homofobie, structureel geweld in onderwijssystemen, zelfdoding,
toegankelijkheid voor andersvaliden, ouderen in instellingen,
echtscheidingen, corruptie, onteigeningen, verhouding buurt-industrie,
armoede, werkloosheid, samenleven van autochtonen en allochtonen,
besnijdenis van vrouwen, sluitingen van bedrijven, uithuwelijken van jonge
mensen, aids, verkeersveiligheid, enz.
 
Enkele essenties
 
Deze onderwerpen hebben gemeen dat zij telkens een combinatie aanduiden van
maatschappelijke fouten en persoonlijk aangevoelde knelpunten.  Uit de
woelige Zuid-Amerikaanse jaren '60 en '70 neemt Boal de term "oppression"
"opressâo" mee. Afwisselend vertaald door "verdrukking", "onderdrukking".
Termen die in mijn werk met jonge westerse studenten weliswaar oubollig
aandoen, maar toch een kernbegrip vormen in het gedachtegoed.
 
Het verloop van een forumvoorstelling
 
Het stuk wordt gemaakt rond een bepaald thema. De voorstelling kent dezelfde
opbouw als een gewoon toneelwerk. Alleen onthoudt het forumtheater zich van
een catharsis. Boal stelt dat de catharsis beter voorkomt in het leven van
de toeschouwers dan in een knusse theaterzaal. Op het ogenblik dat de
spanning volledig opgebouwd is (-dit is tevens het ogenblik waarop de
betrokkenheid van de toeschouwer het hoogst is-) stopt het stuk. Dit
betekent dat er geen harmonische afloop (geen happy end) is van het gestelde
probleem. A. Boal vindt dat door hier af te breken de toeschouwer de meeste
kans krijgt om over de ingevoelde situatie te reflecteren. Bij een
'happy-end' zou het -in de ogen van de toeschouwer- de acteur/actrice zijn
die de problemen oplost. Nu blijft na het eerste stuk de toeschouwer op
zijn/haar honger zitten. En deze honger mobiliseert.
Het stuk wordt na een pauze van voor af aan opnieuw gespeeld. Tijdens de
pauze wordt het publiek licht opgewarmd om in het tweede deel zelf
daadwerkelijk initiatief te nemen.
Bij het herspelen van het stuk door de vaste acteurs en actrices krijgt
iedereen in het publiek de kans om op welk moment ook, het stuk stop te
zetten en de protagonist/e (lees de onderdrukte) op scène te vervangen. De
toeschouwer wordt nu zelf actrice of acteur en probeert haar/zijn invloed te
laten gelden in het stuk. De overige vaste acteurs/actrices improviseren
trouw aan hun rol en personage. Hierdoor krijgen de interventies van de
gastacteur/-actrice een realiteitswaarde.
 
De werking van de methode
 
In de praktijk blijkt dat meerdere toeschouwers dezelfde cruciale momenten
in een stuk uitkiezen om hun antwoord te spelen. Het zijn zinvolle momenten
in een forumvoorstelling omdat dan verschillende, mogelijke handelwijzen van
de protagonist(e) naast elkaar worden gezet. De invloed van de
protagonist(e) wordt zo geëxpliciteerd.
In Boaltermen wordt de invloed van de onderdrukte bloot gelegd. Oppervlakkig
beschouwd is dit een paradox, een onderdrukte die invloed heeft. Juist door
deze paradox te beleven wordt de protagonist(e) iemand die in zijn/haar
eigen macht komt en  meer een mens wordt die vanuit zichzelf handelt.
 
Maar dit protagonistenproces speelt zich uiteraard niet alleen af. Als één
rader beweegt, beweegt het hele systeem. Zo worden door het inspringen van
het publiek in de rol van de protagonist(e) ook de andere pionnen in het
systeem duidelijker.
De antagonisten (onderdrukkers) zullen bij de minste tegenstand hun
strategieën aanscherpen, aanpassen of veranderen waardoor hun posities,
drijfveren en dergelijke nog meer geëxpliciteerd worden.
Zo wordt ook de rol en de betekenis van tetragonisten duidelijk. (De
zogenaamde neutrale getuigen. BV een protagonist wordt door een antagonist
op straat overvallen. De tetragonist, een wandelaar die net zijn hond
uitlaat, ziet het gebeuren en grijpt niet in)
 
Enkele toelichtingen:
 
- Boal ontwierp een nieuwe term voor het forumpubliek. Hij noemt ze
'spectactors', vrij vertaald: 'spectacteurs/trices'. Een samenvoeging van de
termen 'spectactor' en 'actor'. Etymologisch zijn er twee grondbetekenissen
verweven in dit woord NL het beschouwen (latijn: spectatum) en het handelen
(latijn: actum). De samenhang van deze twee menselijke mogelijkheden
verandert de mens van passief wezen naar actief.
- Forumtheater is een middel om vrijheid te stimuleren: de vrijheid om
gestalte te geven aan je waarneming en daardoor een leefomgeving te scheppen
die je welzijn bevordert.
- Tijdens de forums wordt het debat met louter woorden zoveel mogelijk
achterwege gelaten. Een echt debat bestaat niet alleen uit woorden maar ook
uit daden. Dit heeft te maken met het mensbeeld van Boal en anderen: Een
mens is een verwevenheid van waarnemingen, gevoelens, emoties (roerselen of
innerlijke bewegingen), gedachten en uiterlijke bewegingen in communicatie
met anderen en omgevingen.
Indien het debat louter met woorden zou gevoerd worden, kan het onderwerp
geen daadwerkelijke betekenis hebben voor het leven.
Regisseurs merken heel dikwijls dat als mensen de neiging vertonen om enkel
over problemen te spreken, de rest van het expressievermogen en van de
beleving verdwijnt (mimiek, handelingen, bewegingen).
Je kunt natuurlijk de oefening maken wat het zou zijn als mensen met
problemen enkel zouden handelen of enkel zouden voelen. (In het laatste
geval kom je heel dikwijls in de psychiatrie terecht.)
- Als het om forumtheater gaat, gaat het voor honderd procent over theater.
D.w.z. dat een forumstuk niet de realiteit is maar het beeld ervan ( in de
zin van 'ceci n'est pas une pipe').
Voor het sociaal actiemiddel forumtheater levert dit een beperking en een
voordeel op. De beperking is dat de forumbehandeling van een onderwerp
telkens slechts symbolisch kan gebeuren. De echte sociale veranderingen
gebeuren bij het publiek thuis,  op het werk, de school, de familie, enz. De
hinder is dat je een zekere afstand hebt, je werkt als forumacteur/trice
nooit helemaal concreet aan veranderingen en daardoor kun je deze
verandering ook nooit sturen of bepalen. Een forumvoorstelling is een steen
die je in een vijver gooit met de hoop en nieuwsgierigheid dat de deiningen
aan de oever iets veranderen.
Het voordeel is dat er binnen de symboolomgeving van een theaterstuk een
veiligheid bestaat. Het hoeft allemaal niet echt te zijn. Je kunt dingen
(emoties, geluidsterktes van je stem, zinswendingen, gedachten, handelingen)
uitproberen. Als ze mislukken, is het niet zo erg als in de werkelijkheid.
In die zin heeft een forumtheaterstuk een ondersteunende betekenis voor de
gewone werkelijkheid van de spectacteur. Daarom zijn aan de vormgeving van
dergelijke stukken enkele regels verbonden. De voornaamste in dit verband is
dat er zowel tijdens het eerste gedeelte dat door de vaste acteurs/actrices
wordt gespeeld als tijdens  het tweede deel van de voorstelling gewaakt
wordt dat de speeltrant niet 'magisch' wordt. Alle speelstijlen
(naturalisme, romantisch, allegorisch, realistisch enz.) zijn goed, behalve
het surrealisme (wat niet wegneemt dat ik niet kan genieten van een
surrealistisch stuk). Het surrealisme dient de doelstellingen van een
forumstuk niet omdat het de realiteit verlaat in plaats van benadert.
- Een forumstuk kan op verschillende manieren gemaakt worden. Men kan met
mensen die in de situatie leven een stuk maken. BV in Rotterdam wordt in een
bepaalde wijk een stuk gemaakt door Marokkaanse jongeren en autochtone
buurtbewoners (meestal ouderen). Dit stuk wordt in de eigen buurt opgevoerd
en vervolgens trekt het door verschillende Rotterdamse buurten waar
gelijkaardige problematieken zich voordoen. In dit project zit er een
professionele regisseur en enkele buurtwerkers die de productie
ondersteunen. De makers en spelers zijn de buurtbewoners zelf. Het voordeel
van deze productiewijze is dat de acteurs door het maken een dieper inzicht
verwerven in hun situatie en deze meteen in verband kunnen brengen met hun
dagdaagse werkelijkheid.  Vaak is tijdens de voorstelling de drempel tot
participatie van het publiek lager en het theatraal debat intenser.
Probleem hier is dikwijls een trager productieritme en op sommige momenten
een grotere weerstand bij de spelers.
Een andere mogelijkheid om een stuk op te bouwen is met professionele
acteurs. Het werkt sneller. Hoewel de meeste stukken toch een groter
inlevingstijd in de problematiek en de beleving ervan, nodig hebben. Telkens
is toch een intens contact met getuigen onontbeerlijk.
Meer dan eens wordt een mengeling van cast voorzien: zowel professionele
acteurs/actrices werken samen met gelegenheidsacteurs/actrices die het thema
dagelijks beleven.
Dikwijls is de budgettaire factor een doorslaggevend element in de keuze.
 
B. LEGISLATIEF THEATER
 
Jaren nadat het forumtheater ontstond, kreeg deze theatervorm, begin de
jaren negentig in Rio de Janeiro een verlengstuk. Hierdoor konden de
resultaten van het forumtheater niet enkel omgezet worden in bewustwording
maar kreeg deze bewustwording ook de kans om in de beleidstructuur van een
regio in te grijpen. Dit via 'legislative theatre', een theaterprocedure -of
liever en beleidsprocedure- waarin zowel betrokken burgers als wetgevers
samen aan wetgevend werk doen.
 
De aanleiding:
 
In 1989 werkten in Rio de Janeiro (6 miljoen inwoners plus 6 à 7 miljoen in
de buurtsteden) 35 culturele animatoren voor het CTO, het centrum dat het
forumtheaterwerk in de stad coördineerde. Door een wisseling van de macht
verloren nagenoeg alle voorheen gesubsidieerde animatoren hun inkomsten. CTO
werd een groep overlevers die waar ze konden,  forumopdrachten van
non-profitgroepen op zich namen. Zo werkte de groep steeds meer voor een
bepaalde vakbond.
Steeds meer werd de groep geassocieerd met deze vakbond en werd tevens
voorwerp van de tegenstanders van deze vakbond. In 1992 werd de bus van de
groep bekogeld door stenen van een groep tegenstanders.
Dit voorval en de vele tegenstand en tegenslag die de sterk uigedunde groep
te beurt viel, deed hen besluiten het CTO op te doeken.
Toevallig was 1992 tegelijk een verkiezingsjaar. Als laatste ademtocht bood
het CTO zich aan bij de Werkliedenpartij (PT) om de verkiezingscampagne te
helpen voeren. CTO wou de campagne theatraliseren met straattheater en
forumtheater.
Het voorstel van CTO werd door PT aanvaard op voorwaarde dat één van de
CTO-mensen zich verkiesbaar zou opstellen.
Allen vonden dat Augusto Boal, sinds jaar en dag bezieler van het CTO, de
kandidaat moest worden. Iedereen was het er over eens alleen één man: Boal
zelf. Hij was evenveel in het buitenland als in Rio met forumprojecten
bezig. Daarbij kwam dat hij zijn leven lang theater had gemaakt en dat hij
nu plotseling een beleidsman zou worden waardoor hij dag in dag uit met
wetteksten moest bezig zijn, zinde hem niet.
Maar de groep hield vol en Boal liet zijn weerstand varen  door de
veronderstelling dat van de 1200 kandidaten slechts 42 konden gekozen worden
uit 22 partijen. De kans was dus heel klein dat hij zijn job als
theatermaker zou moeten opgeven.
Maar toch: met de weinige financiële middelen die het CTO had, slaagden ze
erin om gedurende de kiescampagne heel veel het nieuws te halen. Ze speelden
theater, bouwden stoeten. Waar er grote bijeenkomsten waren van mensen waren
ook zij aanwezig. En wat meer was: hun kleurrijk en ludiek optreden zorgde
voor interessante beelden voor de media, interessanter dan beelden van
politiekers die in maatpak een debat voerden of een toespraak hielden.
Ten slotte werd Boal verkozen. Tot grote verbazing van de groep (die
aanvankelijk enkel den PT wou helpen) en tot ontstemming van Augusto Boal
die alleen de groep had willen helpen met zijn opstelling. Boal zelf was
gedurende de kiescampagne heel veel in het buitenland.
 
Legislatief Theater
 
Boal was vereador geworden. Eén van de 42 'gemeenteraadsleden' die onder de
leiding van een burgemeester de stad van 6 miljoen inwoners van 1993 tot
1996 kon besturen.
In plaats dat de bijdrage van het CTO aan de campagne een laatste ademtocht
zou worden werd het een nieuwe levensfase.
Boal kon als vereador binnen zijn kabinet tal van CTO-mensen aanwerven om op
die manier de forumtheatertechniek te gebruiken in het wetgevend werk.
 
De structuur
 
Centraal staat de relatie tussen vereador en partners. In de communicatie
tussen vereador en partners kwamen de wetten tot stand. Enerzijds bestaan de
partners uit bevolkingsgroepen die rond een levensthema gegroepeerd
('links') zijn (huisvrouwen, leraars, studenten, homo's, gehandicapten,
bewoners van een bepaalde buurt, enz.). Anderzijds bestaan die partners ook
uit forumtheaterkernen die her en der over de stad verdeeld zijn. Er waren
binnen de grenzen van Rio 14 dergelijke kernen actief.
 
Tussen de groepen onderling werd een netwerk gecultiveerd. Contactvormen die
gehanteerd werden zijn forumtheaterstukken die de ene groep voor de andere
speelde. Er werden allerlei forum festivals ingericht. Forumtheaterstukken
werden ook op allerlei gelegenheden gespeeld (BV. bij demonstraties,
congressen, e.d.).
Maar er waren ook specifieke bijeenkomsten. Hierin werd soms de parabelvorm
gebruikt. BV. een groep boeren kwam samen met studenten om over specifieke
problemen rond grootgrondbezit te praten. Eerst staken studenten een parabel
in elkaar waarin zij zonder woorden maar met een opeenvolging van theatrale
beelden en sferen hun voorstelling van de problematiek toonden. Dit
verdiepte heel vaak de discussie en de verbondenheid tussen de mensen.
 
Tussen het kabinet en de partners waren de volgende communicatievormen
uitgewerkt:
 
a. De 'kamer op het plein'
 
Een bijeenkomst van gewone mensen rond een bepaald thema (dikwijls in de
open lucht) met de bedoeling een wet te maken.
De bijeenkomst bestaat uit een forumtheaterstuk van een kern of een link en
een gesprek. In het gesprek wordt niet enkel gestemd over de mogelijkheden
maar er worden ook standpunten verwoord door de mensen zelf.
De aanwezigen hebben vooraf teksten doorgenomen. Een wetgevende deskundige
is aanwezig en participeert aan het gesprek. Een coördinator maakt tevens
een rapport op van de werkfase (voorstelling en interventies, suggesties,
motieven en nieuwe informatie rond het thema).
De 'kamer op het plein' wordt rond hetzelfde thema op verschillende plaatsen
in Rio georganiseerd.
 
b. Interactieve Mailing List.
 
Per lopend legislatief thema dat het kabinet behandelt worden mensen
aangeschreven om het kabinet te informeren en opinies weer te geven.
Soms organiseren groepen mensen een 'kamer op het plein' vooraleer ze
antwoorden op de brief.
 
Vervolg van de contacten tussen groepen en kabinet:
Op het kabinet wordt na het contact over een bepaald thema en groep van
administratieve mensen, legale deskundigen, bevoorrechte getuigen gevormd.
Ze werken in twee fasen.
Eerst worden de rapporten van de bijeenkomsten grondig gelezen.
Daarna volgt er een eliminatie van hetgeen niet relevant is en opname van
wat relevant is. Dit wordt tot een wettekst verwerkt.
Daarna gaat het wetsontwerp terug naar de groep mensen die aanwezig was op
'kamer op het plein' en wordt de feedback nogmaals verwerkt.
Pas dan gaat het ontwerp naar het parlement.
 
De visie
 
In dit stuk poog ik om beknopt een inhoudelijke parallel te trekken tussen
wetgevend en theaterwerk. Ik laat me ook hier inspireren door geschriften
van Boal.
 
a. van fenomeen naar wet
 
In elk fenomeen, elk voorval, elke toestand zit er een wet. Zowel in de
natuur, de kosmos als tussen de mensen.
Een wet is meestal ongeschreven en heel dikwijls zelfs onuitgesproken, zelfs
onbewust. Hoe lang heeft de appel niet moeten van de boom vallen vooraleer
een zekere Newton de wet formuleerde?
Meestal zijn het crisissen die ons nopen wetten te formuleren. Het is de
pijn die ons de grenzen doen beseffen en ons levenswetten doen expliciteren.
Dit zou de essentie van wetgevend werk moeten zijn.
Gevoelig zijn voor fenomenen die zich voordoen in natuur en maatschappij en
de keuze maken om daar expliciete wetten over te maken die het belang van de
ganse samenleving dienen, dat is wetgevend werk.
 
b. theater
 
Theater moet herkend worden door de toeschouwer. Wordt het niet herkend als
iets dat eigen is aan het leven dan haakt de toeschouwer af.  Hij/zij
verlaat de zaal of blijft beleefd zitten spelen met de brochure of begint
zich onbehaaglijk te voelen of te gapen, enz. Als het ganse publiek een
dergelijke houding aanneemt dan zit je met een stuk dat geen theater is.
Hoe komt dat?
Theater handelt over levensprocessen, levenswetten. Deze levenseigen zaken
zijn punten van herkenning voor de toeschouwer. Daar zal hij/zij naar kijken
en blijven kijken. Niet dat de toeschouwer zich daarvan bewust is, meestal
niet.
Wie theater wil maken moet zich bezig houden met een onderzoek van
levensprocessen, een speurtocht doorheen de wetten van het leven.
Net als een natuurkundige, een echte wetgever,......
 
c. de twee samen.
 
Een doorgedreven theateronderzoek houdt de mogelijkheid in zich, om de
wetten uit fenomenen zichtbaar te maken. Belangrijk in het geval van het
legislatief theaterproject in Rio de Janeiro, was wel dat er uitwisseling
moest zijn tussen de verschillende groepen die een sociaal fenomeen in een
theatervorm goten. Dit om te toetsen of de formulering van de wetten wel
voor de ganse gemeenschap geldend was.
Met een doorgedreven theateronderzoek wordt hier bedoeld: het
repetitieproces waarin het eerste deel van het forumstuk gemaakt wordt, de
vertoningen, de gesprekken achteraf met de besluiten, het technisch omzetten
van de besluiten in teksten, de terugkoppeling naar linken, kernen en
anderen.
 
C. Enkele beschouwingen tot slot
 
- In een wereld waarin kennis zich verengt met informatiekennis (kennis uit
boeken, tijdschriften, internet, opleidingen, onderzoekswerk, wetteksten)
krijg je maatschappijen met extreme snelheden. Mensen die de informatietrein
niet gemist hebben en anderen. Eén van de gevaren is dat het beleidsproces
gevoerd wordt vanuit degenen die het meest gevat en snel met kennis overweg
kunnen. Dit wil niet zeggen dat deze informatiekennis het leven of
levensprocessen dient. (Haast en spoed is zelden goed.).
Tegenover informatiekennis plaats ik levenskennis. Levenskennis is een
integratie van voelen, denken, waarnemen en andere zaken die heel moeilijk
in een jargon te vatten zijn.
Levenskennis wordt niet louter geëxpliciteerd door wetenschappers en
denkers, door statistieken, theorieën en vakjargon. Levenskennis wordt
geleverd door mensen die in het leven staan. Dus ook door zij die vanuit hun
ervaringen een hekel hebben aan het wetenschappelijk, bureaucratisch
beleidsjargon.
Kennis mag zich niet beperken tot de informatiekennis want deze ideologie
sluit anderen uit.
Aan de basis van democratische processen in de samenleving hoort
levenskennis.
 
Wanneer beleidsmakers deze zaken uit het oog verliezen dan krijg je een
probleem van 'betrokkenheid', dan krijg je vervreemding van het
beleidsproces.
 
Het mooie aan het legislatief project in Rio is dat via het theatermedium
mensen niet alleen uitdrukking geven aan gedachten maar ook van belevingen
die maximaal verbonden zijn met het dagelijkse leven. Daarbij is het de man
of de vrouw, ev. het kind in de straat die daadwerkelijk aan de wetgeving
meewerkt.
 
In deze drie jaar werden door de partners en het kabinet van vereador Boal
13 wetten gemaakt. Misschien vind je dat weinig maar kijk ook eens naar de
kwaliteit van de processen die eraan zijn voorafgegaan.
 
- Een opmerking die dikwijls terugkomt bij mensen die met het werk van Boal
niet bezig zijn is dat deze theatermethoden die op actieve zelfbeleving van
het publiek gebouwd zijn meestal hier in het koudere Europa geen aansluiting
kunnen vinden met de heersende cultuur en de culturele context
(individualisme, een grotere gereserveerdheid, enz.)
Hoewel deze opmerking begin de jaren zeventig ook werd geformuleerd voor het
forumtheater kunnen we nu vaststellen dat in meer dan 45 landen over de hele
wereld de methode gebruikt wordt, zowel in de theaterwereld, de educatie en
het onderwijs, binnen bewegingen als door therapeuten. Telkens heeft de
methode zich aangepast aan andere culturele contexten (van Canada tot
Egypte).
Waarom zou de Vlaamse politieke context zich niet kunnen laten inspireren
door legislatief theater?
De nood aan kwalitatieve verdieping van onze democratie is nijpend genoeg.
 
- Legislatief theater is een instrument om het democratisch proces te
verdiepen. Maar laat ons niet naïef zijn. Een aantal mensen in Vlaanderen
hebben niets aan het theater als medium.
In die zin is legislatief theater geen formule die we hier maar eventjes
kunnen toepassen om het democratisch proces te verdiepen (of te redden). Dit
medium is met omzichtigheid toe te passen en aan te passen aan de
(sub)culturen waarvoor ze kunnen dienen.
Dit artikel is dan niet alleen bedoeld om dit instrument kenbaar en
bruikbaar te maken in Vlaanderen, maar ook als illustrerende inspiratiebron
voor democratische verdieping.
Misschien vinden andere media hun instrumentele waarde om hetzelfde doel te
bereiken.
 
Lucas Vandenbussche
 
Bio
Lucas Vandenbussche werkt deeltijds met groepen sociale hogeschoolstudenten
aan forumtheaterstukken, anderzijds is hij freelance drama-docent en
vormingswerker.
 

LITERATUUR
 
Boal, A., theatre of the oppressed, Pluto Press, 1979
Boal, A., Games for actors and non-actors, Routledge London and New York,
1992
Boal, A.,The Rainbow of Desire, Routledge, London and New York, 1995
Boal, A., Legislative Theatre, Routledge, London and New York, 1998
Holemans, D., The third Way: Die Neue Mitte/Mythe?, Oikos13, lente
2000:11-33
Schutsman, Mady,  Cohen-Cruz, Jan, Playing Boal, Routledge London and  New
York, 1994
Vandenbussche, L., Theater, Instrument voor Welzijnswerkers, onuitgegeven
syllabus, kvmw Gent, 2000
 

 
3. "Ecologisch burgerschap" - Dirk Holemans
 
A. Inleiding
 
De 'Battle of Seattle' en het Rwanda-tribunaal in Brussel tonen dat onze
wereld snel wijzigt. Situaties en beslissingen op andere plaatsen
beïnvloeden hoe we lokaal leven. In eigen land zijn bevoegdheden meer dan
ooit verdeeld over niveaus boven en onder dat van de natiestaat. De mondige
burger en de maatschappelijke expertise van het middenveld worden evenwel
veronachtzaamd. De verschillen tussen de traditionele partijen verkleinen.
In heel wat Europese landen vinden liberalen en sociaal-democraten elkaar in
de 'Derde Weg'. De voorbije 30 jaar groeide ook de groene politiek uit tot
een volwaardige politieke stroming. Bij het begin van de 21ste eeuw staan de
natiestaat, het hiermee verbonden concept van burgerschap en solidariteit,
alsook vormen van internationale samenwerking onder druk. In het licht van
deze gewijzigde context situeert zich het debat over democratie, een
voortdurende zoektocht naar een geschikte vorm van samenleven en collectieve
besluitvorming.
 
B.Vormen van burgerschap
 
Het debat over burgerschap telt drie spanningsvelden: de spanning tussen
rechten en verantwoordelijkheden, de houdbaarheid van een burgerschap
verbonden met de natiestaat, of de vraag of het voor iedereen toegankelijk
is. De klassiek westerse modellen focussen op de eerste. Het liberale model
van passief burgerschap beschermt private rechten tegen overheidsinmenging.
In de republikeinse opvatting spelen burgers een actieve rol in het
vormgeven van één politieke gemeenschap. Geen van beide is vandaag nog
werkbaar.
 
C. Burgers in een nieuwe samenleving
 
Een eigentijdse visie op burgerschap houdt rekening met de maatschappelijke
evoluties.
Individualisering is verbonden met de overgang naar de moderne industriële
samenleving. De moderne mens komt los van zijn traditionele bedding. Het
wegvallen van tradities onthecht, de mobiliteit opent voorheen gesloten en
uniforme leefpatronen. Door internet, mobiele telefonie enz. hangt sociale
omgang niet langer af van geografische nabijheid. Via hun werk en media
worden burgers gebonden aan een mondiale productiecultuur. Pessimisten zien
de wereld als een labyrint waarin de mens ronddwaalt. Positief bekeken kan
het individu meer eigen keuzes maken, de levenswijze continu herbekijken.
Men noemt ze reflexief .
Globalisering duidt er op dat landen ten dele een functioneel onderdeel zijn
van een mondiaal systeem, wat ook geldt voor elk van ons. Natiestaten zijn
niet langer centrale spelers. Binnenlandse politiek wordt buitenlandse en
omgekeerd. De natiestaat krijgt het gezelschap van lagere en hogere
besluitvormingsniveaus zoals Vlaanderen en Europa. Door economische
globalisering spelen multinationals staten tegen elkaar uit om de meest
gunstige vestigingsvoorwaarden. Een derde dimensie is het groeiend netwerk
van grensoverschrijdende niet-gouvernementele organisaties. Ook
migratiestromen leiden tot meer pluriformiteit en multiculturaliteit in de
bevolking.
De industriële technologie leidt tot ernstige aantastingen van het
leefmilieu. Naast voordelen brengen vele ontwikkelingen nieuwe vragen met
zich mee. De westerse welvaartstaat slaagde erin om tal van risico's uit de
19de eeuw te beperken (cf. sociale zekerheid). Sinds enkele decennia staat
de verdeling van nieuwe, ecologische risico's centraal. De
risicomaatschappij doet haar intrede als blijkt dat deze risico's
levensbedreigend kunnen zijn, en het besef groeit dat ze niet langer
voorzien, beheerst en verzekerd kunnen worden.
 
D. Aanzetten voor een eigentijdse visie op het politieke
 
De vertrouwde controlemechanismen van overheid en wetenschap falen. Deze
institutionele crisis holt de macht van de overheid uit en de
beslissingscentra verschuiven naar de subpolitiek. Het bedrijfsleven,
onderzoekslabs, media, rechtbanken en allerlei bewegingen en groeperingen
wegen op de besluitvormingsagenda. Subpolitiek is de verzamelnaam voor die
politieke acties die plaatsgrijpen buiten de representatieve instituties van
het nationale systeem. Het is geen verfijning van het bestaande maar een op
zoek gaan naar andere regels: rule-altering politics. Tegelijk staat het
handelen van deze machtscentra ter discussie.
Levenspolitiek houdt verband met de toenemende mogelijkheden om doordachte
keuzes te maken over ons leven. Persoonlijke beslissingen staan echter niet
los van de voortdurende druk om zich te conformeren aan levensstijlen ons
opgedrongen door media en reclame. Klassieke verbanden zoals familie
eroderen, maar simultaan worden nieuwe intermediaire instituties gecreëerd.
Levenspolitiek wil aandacht voor het particuliere in het universele.
Collectieve levenspolitiek zou betekenen dat gemeenschappelijke
beslissingen - bvb. door de vakbond - een invloed uitoefenen op het verloop
van mensen hun leven. Zelfontplooiing is geen synoniem voor egocentrisme,
maar heeft te maken met sociale relaties en engagement. Weliswaar gaat het
om andere vormen van solidariteit en engagement dan vroeger.
Het vertrekpunt in het Belgische migrantendebat is vaak dat de samenleving
een homogene entiteit hoort te zijn. Men verwacht een verregaande
acculturatie van nieuwkomers. Socio-culturele verscheidenheid op zichzelf is
echter geen probleem voor het goed functioneren van een samenleving.
Samenleven is een zoeken naar een gezond evenwicht tussen het 'algemeen
belang' en het pluralisme. Op een faire manier recht maken en politiek
bedrijven kan pas door expliciet rekening te houden met verscheidenheid en
verschillende socio-culturele identiteiten.
Integratie kan dan nooit assimilatie betekenen. Integratie staat voor een
ontwikkeling naar een situatie waarin alle leden van de samenleving optimaal
kunnen participeren in de verschillende maatschappelijke velden en de
samenleving als een geheel kan functioneren. Het gaat niet om individuele
aanpassing, maar om de positie en kansen van mensen in segmenten van het
sociale leven: huisvesting, onderwijs enz. Structurele maatregelen van
overheid en bedrijfsleven staan hiervoor garant. Een multiculturele en
pluriforme samenleving verzekert en moedigt de integratie van alle leden
ervan aan, wat niet betekent dat iedereen zich moet conformeren. Positieve
actie kan achterstandsposities compenseren.
Politieke rechten bleven uitdrukkelijk voorbehouden aan staatsburgers. Het
partieel burgerschap onderscheidt volwaardige 'citizens' van 'denizens', die
alle rechten genieten behalve volledige politieke. Door de toekenning van
gemeentelijke stemrecht aan alle inwoners verbetert de overheid zelf de
inclusie van niet-staatsburgers. Een postnationaal Europees burgerschap
heeft EU-burgers een grotere rechtsbescherming dan derdelanders en
vreemdelingen die wachten op de uitkomst van een asielprocedure. Voor
illegale vreemdelingen lijkt regularisatie van tijd tot tijd onvermijdelijk.
De toekenning van groepsrechten is in de Belgische politiek geen nieuw
fenomeen. Onze overlegdemocratie steunt er op, en sinds de federalisering is
België een multinationale staat waarin groepsrechten qua representatie voor
nationale groepen vanzelfsprekend zijn. Een nadeel is dat ze de groepslogica
en de groepen zelf versterken. Identiteiten definitief vastleggen is geen
goed idee. Wanneer speciale poltieke vertegenwoordiging leidt tot
uitsluiting en het verdwijnen van solidariteit, creëert men een systeem van
apartheid.
Er is een nood aan een concept van burgerschap dat nationale grenzen
overstijgt. Het koppelt burgerschap los van de staat door een institutioneel
kader dat globale burgerrechten verzekert. Een universeel principe van de
Mensheid dat verschillend is van een natie en burgerschap houdt een dam in
tegen fragmentatie. Universele mensenrechten appelleren aan een hogere
autoriteit dan rechten verschaft door een staat.
De Derde Weg of actieve welvaartstaat domineert het politieke centrum. Ze
herwaardeert de marktmechanismen voor de verdeling van zowel goederen en
diensten als arbeid. Het activeringsdebat gaat over de rol van sociale
grondrechten. Als solidariteit een basisrecht is, horen mensen vrij te zijn
van armoede (cf. een universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen). De
actieve welvaartstaat slaat door naar de contracttheorie. Deze veronderstelt
wederkerige rechten en plichten: een tegenprestatie is vereist voor een
uitkering. Ze verengt maatschappelijke participatie tot deelname aan de
arbeidsmarkt, en arbeid tot loonarbeid. De eisen van flexibiliteit,
productiviteit en opleiding, of de kwaliteit van arbeid worden niet in vraag
gesteld. De toenemende sociale ongelijkheden vormen een tijdbom onder de
samenleving. Sociale rechten kunnen geen voorrecht worden voor werkwilligen.
Ecologische grondrechten moeten worden erkend. Een ecologisch duurzame
samenleving is een basisvoorwaarde opdat een democratie houdbaar is. Ook het
individueel recht op een gezond leefmilieu is een grondvoorwaarde voor
politieke participatie (cf. ozonvervuiling).
Supranationale overheden en multinationals nemen beslissingen die het leven
van burgers ingrijpend beïnvloeden. Grondrechten moeten worden erkend en
afdwingbaar gemaakt op de niveaus waarop deze organisaties handelen.
Het maatschappelijk middenveld of de civiele maatschappij verwijzen naar de
maatschappelijke sfeer tussen markt, staat en gezin. Door verenigingen
kunnen burgers collectieve actie ondernemen en leren ze samenwerken. De
actieve betrokkenheid van burgers is de beslissende factor voor het goed
functioneren van een regering. Een goed uitgebouwd verenigingsleven is het
sociaal kapitaal van een samenleving. Onderzoek leert dat lidmaatschap van
verenigingen niet leidt tot positievere gevoelens tegenover minderheden.
 
E. Ecologisch burgerschap
 
Ecologisch burgerschap versterkt grondrechten met ecologische grondrechten
en stimuleert actief burgerschap. De burger blijft lid van zijn land, maar
is tegelijk deelnemer aan mondiale processen die vragen om democratisering.
Elke burger heeft gelijk recht op gelijke rechten. Daarom moet recht worden
gedaan aan de specificiteit van bepaalde bevolkingsgroepen. Ecologisch
burgerschap hecht grote waarde aan verbondenheid, maar waakt erover dat deze
banden niet knellen. Autonomie is het vermogen om zelfstandig richting te
geven aan het eigen leven, maar in het besef dat men hiertoe anderen en een
leefbare natuurlijke omgeving nodig heeft. Door de erkenning van elkaars
keuzes onstaan gemeenschappelijk gedeelde 'dialogische ruimtes' in het
persoonlijk leven, de sociale bewegingen, de bedrijven enz.
Belangrijk is de verspreiding van de democratie, zowel naar de diverse
maatschappelijke actoren als doorheen landen. Het komt er op aan alle
machtscentra te democratiseren. Centraal in de kosmopolitische democratie
staat de versterking van een kosmopolitische, democratische wet. Ze stelt
individuen in staat om zich te mengen in de interne zaken van elke staat om
bepaalde rechten te beschermen. In het meervoudig burgerschap vallen burgers
onder de jurisdictie van verschillende overheden die ze ook verkiezen.
 
F. Naar een dialogische democratie
 
Participatieve democratie en open beleidsvoering verrijken de
representatieve democratie tot een 'dialogische democratie'. Ze gebruikt de
ideeën aanwezig in de samenleving, creëert een draagvlak, werkt klantgericht
en verfrissend. Opvattingen, verwachtingen en de persoonlijke ervaring van
mensen vormen de grondslag van betrokkenheid in een interactief
beleidsproces. De burger is beter opgeleid en mondiger. Hij is te
mobiliseren voor uiteenlopende thema's, maar laat weinig van zich horen
zolang zijn belangen naar behoren worden behartigd. Zijn politiek engagement
bestaat vooral uit het oplossen van dagelijkse problemen.
Nieuwe publieke ruimtes moeten gericht zijn op de burgers en kwalitatief
debat mogelijk maken. Kwantitatieve vormen zoals het referendum dienen
eerder het sluitstuk te zijn van een dialogisch maatschappelijk debat.
Open beleidsvoering betrekt burgers zo vroeg mogelijk in het planningsproces
en neemt hun deskundigheid ernstig. Zo onstaat een verticaal gesprek tussen
bewoners onderzijds en experts bovenzijds. Dit vergt nieuwe
beleidsinstrumenten en forums zoals burgerjury's, dialogische referenda,
future search of legislatief theater.
Een keurmerk voor interactief beleid telt vijf criteria: de mate waarin
burgers worden betrokken, de openbaarheid, de gelijkheid (bvb. het vertalen
van beleidstaal), de opbouw van vertrouwen (bvb. door formele regels), en of
burgers bij voorbaat weten hoe hun inzet wordt gevaloriseerd in de
besluitvorming. Dialogische beleidsarragementen hebben een experimenteel
karakter: de regels worden ten dele tijdens het spel zelf geschreven. In
winstvrije ruimten worden burgers niet geconfronteerd met de nooit
afhoudende publiciteitsmachine.
 
G. Eigentijdse visie op de overheid
 
We democratiseren nieuwe machtscentra via besturen op afstand, namelijk door
het interne democratische karakter ervan bij wet vast te leggen. Voorts
leggen we principes op van aansprakelijkheid, verzekerbaarheid,
maatschappelijke aanspreekbaarheid, en transparantie. Ten derde legt de
samenleving de randvoorwaarden voor de verschillende machtscentra bindend
vast (cf. de ethische grenzen bij dierenproeven). Even belangrijk als
indirecte sturing is het langetermijnperspectief door de invoering van
consensuele principes zoals het voorzorgsprincipe. Daarnaast kunnen
specifieke publieke ruimtes worden opgericht zoals de Federale Raad voor
Duurzame Ontwikkeling.
De hervormingen van de overheidsdiensten steunen sterk op een bedrijfsmatig
managementsmodel. De burger en de ambtenaar komen onvoldoende in beeld. De
burger wordt veleer benadert als klant van een dienstverlenend bedrijf, dan
als burger die vanuit actieve rechten deelneemt aan beleid. Er moet werk
worden gemaakt van systemen waardoor burgers kunnen bijdragen tot het beter
functioneren van diensten.
 
H. Democratisering en praktijk: ecologisch burgerschap vertaald naar
concrete thema's
 
Onderwijs bestendigt nu sociale ongelijkheid. Een actieve democratie
voorziet instrumenten opdat elk kind zich maximaal kan ontwikkelen. Ze gaat
verder dan formele rechten die louter een toegangsticket zijn. Scholen
dienen de diversiteit in onze samenleving te weerspiegelen. Buurtscholen
moeten actieve partners worden in het lokale gebeuren. En hoe democratisch
is de school intern zelf georganiseerd?
Experten kunnen geen pasklaar antwoord formuleren. Een gedegen
wetenschappelijke conclusie groeit uit de dialoog tussen de verschillende
wetenschappelijke disciplines en de ervaringen van de betrokken bevolking.
Ook wetenschap maakt deel uit van het politiek proces door burgers te
betrekken bij de formulering van problemen en van oplossingen.
Technologie vormt een kader dat onze handelingsmogelijkheden stuurt (bvb. de
auto), wat ook het onderwerp moet zijn van het maatschappelijke debat en van
de besluitvorming. Ook wetenschapsbeleid is sturen op afstand: het
voorzorgsprincipe - of het principe van foutvriendelijkheid voor
technologieontwikkeling - staat centraal.
Technologisch burgerschap omvat een set van rechten en plichten gericht op
het ontwikkelen van een kritisch bewustzijn. Ze vult macro-strategieën aan
zoals het definiëren van de maatschappelijk belangrijkste technologische
systemen als publiek domein.
Elke onderneming moet zo milieuvriendelijk mogelijk werken. Milieuwetgeving
en marktconforme maatregelen hebben hun beperkingen. Besturen op afstand
betekent meer aandacht voor algemene principes zoals de terugnameplicht of
de levensduur van producten. Het positieve effect van elke onderneming gaat
verloren als het totaal geproduceerde volume de milieuwinst tenietdoet.
Daarom moeten we de maximale milieugebruiksruimte voor de economie in haar
geheel vastleggen, en mogen ondernemingen enkel werken op terreinen waarin
ze werkelijk goed zijn (cf. het bubbleconcept).
Inzake financiële speculatie komen principes als de Tobin-taks of een intern
ationale energieheffing stilaan in het beleidsdebat. Een democratie zou de
maximale omvang van een bedrijf moeten kunnen vastleggen. Internationale
arbitrage zou een mondiale aansprakelijkheid voor bedrijven invoeren die
afdwingbaar is voor een neutrale instantie.
We dringen aan op een interne democratisering, ontzuiling en meer aandacht
voor duurzame ontwikkeling bij de vakbonden. Deze brengen door hun acties en
structurele macht wezenlijke correcties aan de vrijemarkteconomie aan.
Multinationals zijn minder kwetsbaar voor stakingen in lokale vestigingen:
syndicale acties op mondiaal niveau zijn noodzakelijk (cf. een versterking
van de Europese ondernemingsraden). Het antisyndicale discours ondermijnt de
vakbonden ook op het nationale niveau. Outsourcing, flexibilisering,
opsplitsing van bedrijven enz. desolidariseren de werknemers. Bedrijven
worden best als economische (i.p.v. juridische) entiteiten beschouwd. De
bevoegdheden van de ondernemingsraad inzake het persoonsbeleid kunnen nog
worden uitgebreid.
Steden en regio's concurreren wereldwijd om investeringen aan te trekken. Ze
willen een eigen identiteit ontwikkelen. Deze is gericht op de werkenden die
cultureel gehecht zijn aan een competitieve arbeidsmoraal, individualisme en
consumptie. Cultuur(beleid) draagt bij tot de ontwikkeling van burgerschap
en van een nieuwe politieke cultuur. Daartoe dienen stadscentra als agora en
forum waar verschillende culturen elkaar ontmoeten. Deze verschralen wanneer
de stedelijke dynamiek wordt gebaseerd op shoppers en toeristen (cf. grote
culturele projecten voor de 'nieuwe middenklasse'). Die dynamiek moet worden
gedragen door bewoners en gebruikers.
Een kosmopolitische model van burgerschap en mensenrechten stelt de
individuele burger en zijn ontplooiingskansen centraal. Sociale cohesie en
integratie zijn de verwezenlijking van sociale grondrechten en bevorderen
actief burgerschap. Mensenrechten kunnen en mogen nooit voorwaardelijk
worden gemaakt. In steden vergt dit een sociaal beleid waarin werk wordt
gemaakt van nieuwe particpatieve structuren die elke bewoner ongeacht zijn
afkomst of verblijfsduur centraal stellen. Diversiteit als kracht van een
stad en als centrale beleidslijn vergt concrete maatregelen: bvb.
diversiteitseffectrapportage.
 
De verstedelijking in Vlaanderen gaat gepaard met een antistedelijke
houding. Vanaf de 19de eeuw werkte men de concentratie van arbeiders in
politiek gevaarlijke arbeiderswijken tegen. Pendelarbeid en nieuwbouw in
verkavelingen degradeerden de stad tot een werkplaats, wat leidde tot de
armoede in de stad en de verlamming van het intellectueel leven. In het
licht van de groei van extreem rechts moet een stedelijk, geëmancipeerd
Vlaanderen vooraan op de politieke agenda staan.
 
Dirk Holemans, Vlaams Parlementslid Agalev
 
 
Graag aangeboden aan de lokale actoren en aan de gemeenteraadsleden,
schepenen en burgemeester van Brugge op 27 mei , aan de vooravond van Rerum
Novarum 2003. Naar aanleiding van het 1-jarig bestaan van het Groene Gordel
Front in Brugge en Ommeland.