Press Releases Juli 2005 - "BEZWAREN GROEN VZW TEGEN HET ONTWERP GRUP CHARTREUSE"


BEZWAREN GROEN VZW TEGEN HET ONTWERP GRUP CHARTREUSE

Groen vzw werkt momenteel met verenigde krachten aan een gefundeerd bezwaarschrift, waar VLACORO rekening zou moeten mee houden.

Als dit mislukt rest nog de mogelijkheid naar de Raad van State te trekken om de beslissing ongedaan te maken, want er zijn ongetwijfeld argumenten waar ook de Raad van State niet naast kan kijken.

Er zijn nu reeds procedurefouten vast te stellen bij de tot stand koming van dit GRUP. De voorafname op de afbakening van het regionaalstedelijk gebied Brugge (Zomerakkoord 2002) slaat immers niet op een planologisch goedgekeurd industriegebied, maar eerder op een zone voor openbaar nut en op een landbouwzone. Tevens is de “consensus” waarover men spreekt in het zomerakkoord 2002, absoluut onbestaande. Bovendien werd de hoogdringendheid van het project nooit aangetoond en werden de alternatieven nooit degelijk onderzocht.

Het voorliggende plan is zonder enige twijfel in strijd met de bepalingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Het voorliggende plan is duidelijk in strijd met tal van in het RSV geformuleerde doelstellingen en ontwikkelingsperspectieven.

Het plan is ook strijdig met het decreet op het natuurbehoud en het natuurlijk milieu (21/10/97).

Doel van het decreet is de bescherming, de ontwikkeling, het beheer en het herstel van de natuur en het natuurlijk milieu. Dit kan gerealiseerd worden door het in acht houden van het ‘ standstill-principe’. Dit houdt in dat de resterende natuur en de natuurelementen ten minste behouden blijven, ook buiten de klassieke groengebieden. De functie van het gebied aan de Chartreuseweg als natuurverbinding (onder meer binnen het IVON) wordt gehypothekeerd indien hier stedelijke ontwikkelingen zouden ontstaan. De groene gordel rond Brugge zou zowel op recreatief als op biologisch vlak versterkt moeten worden.

Het Ontwerp GRUP Chartreuse is bovendien strijdig met de principes van duurzaamheid. Een open ruimte wordt onnodig aangesneden voor realisaties in de tertiaire sector, die veel beter tot hun recht zouden komen dichter bij het stedelijk weefsel.

In het Chartreusegebied moeten dringend maatregelen genomen worden die een duurzame ruimtelijke planning en een duurzame mobiliteit stimuleren. Dat betekent voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling gebeurt binnen de ecologische grenzen, en heeft aandacht voor de minder begunstigden in onze samenleving. In het bijzonder voor Brugge geldt dat juist het stedelijk weefsel van de binnenstad als uniek kader kan functioneren.

Het feit dat voor de inplanting van hoogwaardige diensten nog steeds een auto-locatie gekozen wordt ten koste van groen en open ruimte tussen woonkernen, getuigt van een halsstarrig vasthouden aan een totaal verouderd denkpatroon dat in de toekomst met recht en reden zal afgestraft worden. Schadelijke ontwikkeling en verspreiding van fijn stof wordt erdoor in de hand gewerkt in een gebied waar de wettelijke Europese normen reeds regelmatig overschreden worden.

Het aanzwengelen van automobiliteit via de geplande dienstenzone “Chartreuse” betekent echter een drieledige afwenteling:

  • Auto’s consumeren de meeste ruimte per vervoerseenheid.
  • Zwakkere sociale categorieën worden benadeeld, met name studenten, ouderen en burgers met lichamelijke beperkingen.
  • De komende generatie wordt belast met onomkeerbare ingrepen.

Deze voorafname gaat tevens in tegen een integrale afweging van alle ruimtewensen zoals voorzien in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.

De logica van de structuurplanning gebiedt dat eerst een visie op de gewenste ruimtelijke structuur van het stedelijk gebied wordt ontwikkeld (in casu binnen het afbakeningsproces van het regionaalstedelijk gebied) alvorens er bestemmingswijzigingen worden doorgevoerd.

Het ontwikkelen van de dienstenzone “Chartreuse” gaat dus in tegen de belangrijkste principes van een duurzame ruimtelijke ontwikkeling binnen het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV), en met name dat van gedeconcentreerde bundeling.

Aan volgende concrete uitgangspunten, die eveneens onderschreven worden in de oriënteringsnota van het afbakeningsproces van het regionaalstedelijk gebied, werd voorbijgegaan:

  • het concentreren van kantoren aan knooppunten van het openbaar vervoer
  • het behoud en ontwikkeling van stedelijke natuurelementen en randstedelijke groengebieden
  • het stimuleren van een stedelijk mobiliteits- en locatiebeleid

Het Chartreusegebied is gecategoriseerd als een zogenaamde C-locatie en is met andere woorden moeilijk te bereiken met het openbaar vervoer, maar vlot met de wagen. Er wordt verwacht dat de inplanting van een kantoorcomplex belangrijke verkeersstromen zal veroorzaken. Dergelijke kantoorruimtes dienen volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zoveel mogelijk te worden geconcentreerd op belangrijke knooppunten van het openbaar vervoer (zogenaamde A-locaties).

Het Chartreusegebied heeft een belangrijke strategische waarde binnen de zuidelijke Brugse groene gordel met name de "open ruimte", de ecologische functie als verbindings- en verwevingsgebeid en de intrinsieke archeologische waarden.

Het is tijd dat inbreiding gestimuleerd wordt in plaats van uitbreiding, zowel voor de functie wonen als voor andere functies zoals industrie, kantoorruimtes en dergelijke.

 Alternatieven in de stationsomgeving en het Oud Sint-Jan te Brugge moeten grondig bestudeerd worden, waarbij het principe “zuinig ruimtegebruik” moet toegepast worden.

Een stedenbouwkundig concept voor een bedrijventerrein dat gericht is op zichtlocaties en autobereikbaarheid, en dat gebruik maakt van een scenografie waarbij omvangrijke gebouwen contrasteren met de open ruimte waarin ze staan ingeplant, past niet binnen een hedendaagse visie op de structuur van een regionale stad, waabij het stedelijk weefsel van de binnenstad optimaal benut wordt.

V. Bure, voormalig voorzitter van de Belgische federatie voor urbanisatie, noemde de 19e eeuw 'een dwaze eeuw' omdat zij ondermeer groene ruimten versnipperde, hoven en tuinen verving door bijgebouwen en ateliers en fabrieken inplantte in residentiële wijken. De eventuele ontwikkeling van een headquartersdienstenzone in het maagdelijk Chartreusegebied beschouwen wij vandaag als een project dat thuishoort in een 'dwaze 20e eeuw'. "

Erik Ver Eecke, voorzitter Groen vzw.