Bond Beter Leefmilieu steunt de Hanze
Duurzaam alternatief voor Chartreuse

dinsdag 03 mei 2005


Bond Beter Leefmilieu (BBL), koepel van 120 Vlaamse milieu- en natuurverenigingen, ondersteunt de ideeën uit het Hanze Ruimtelijk Structuurplan van het Groene Gordel Front. BBL is er van overtuigd dat de voorstellen uit het Hanzeplan heel wat voordelen bieden inzake ruimtegebruik, mobiliteit, natuur en groen, maar bv. ook inzake luchtkwaliteit. BBL hoopt verder dat het Hanzeplan het startschot zal zijn voor een boeiend maatschappelijk debat over ruimtegebruik in Brugge.

Vandaag stelt het Groene Gordel Front haar Hanze Ruimtelijk Structuurplan voor. In het Hanzeplan zijn diverse voorstellen uitgewerkt voor een inbreidingsgerichte inplanting van woongelegenheden en economische activiteiten. Complementair hieraan kan de groene ruimte in de gordel rond Brugge behouden blijven voor natuurontwikkeling, recreatie en landbouw. Door economische activiteiten in te planten in het bestaande stadsweefsel (op de as beurshal - Oud-Sint-Jan) en in de stationsomgeving, kan het almaar toenemende autoverkeer in de hand worden gehouden. Bovendien zorgt een menging van wonen, werken en recreatie voor een levendige stad en kan gezorgd worden voor synergieën die Brugge als geheel versterken.

Waarom kiezen voor autolocaties?

Momenteel is in Vlaanderen een trend aan de gang om bedrijventerreinen, kantoorcomplexen of winkels in te planten buiten de steden aan op- en afritten van autostrades of langs grote steenwegen. Dat is in Brugge helaas niet anders: eind april keurde de Vlaamse regering het ruimtelijk uitvoeringsplan voor de inplanting van een kantorenzone in het Chartreusegebied – een autolocatie naast de autostrade - voorlopig goed. Daarnaast zette de Vlaamse regering recent het licht op groen voor een groot winkelcomplex vlakbij het industrieterrein Blauwe toren in Brugge.

Door economische activiteiten te concentreren op zuivere autolocaties, wordt de verkeersknoop almaar strakker en nemen de files hand over hand toe. In 2002 stonden we met z’n allen meer dan 9 miljoen uur in de file. Dat kostte de economie in 2002 114 miljoen euro. Als daarnaast ook rekening wordt gehouden met de kosten door luchtvervuiling, ongevallen, herstellingen aan het wegdek,… lopen de kosten in de miljarden. Die toenemende mobiliteit is een gevolg van een slecht locatiebeleid: heel wat kantoren, grootwinkels of bedrijventerreinen worden ingeplant op zuivere autolocaties aan op- en afritten van autostrades of langs grote invalswegen. Omdat woon-, winkel- en werkgebieden te ver van mekaar liggen, neemt het autoverkeer hand over hand toe.

Fijn stof

Het toenemende autoverkeer ligt ook aan de basis van de sterke luchtvervuiling in Vlaanderen. Naast de bijdrage aan de klimaatverandering, is vooral de uitstoot van zgn. ‘fijn stof’ problematisch. F ijn stof wordt door de wetenschap algemeen aanzien als één van de meest bedreigende vormen van luchtvervuiling en is verantwoordelijk voor tal van luchtwegaandoeningen, een toename van hart- en vaatziekten en voor een kortere levensverwachting. Uit een Europees onderzoek blijkt dat in West-Europa meer mensen sterven door fijn stof in uitlaatgassen van het verkeer, dan door verkeersongevallen. De belangrijkste bron voor de uitstoot van fijn stof is het autoverkeer en dan vooral de uitlaatgassen van dieselmotoren (omdat die geen katalysator hebben). De Europese norm voor fijn stof wordt op bijna alle meetpunten in Vlaanderen overschreden.

Om de gezondheidsproblemen door fijn stof tegen te gaan, zijn maatregelen nodig die de groei van het autoverkeer inperken. Zo wordt het hoog tijd dat de Vlaamse regering eindelijk stopt met het goedkeuren van nieuwe bedrijventerreinen die enkel bereikbaar zijn met de auto en moet een terughoudend beleid worden gevoerd inzake de aanleg van nieuwe autowegen. Deze trekken onvermijdelijk extra verkeer aan en zullen het fijn stof-probleem alleen maar groter maken. De Nederlandse Raad van State hield trouwens al enkele plannen voor nieuwe bedrijvenzones en autowegen tegen omdat de grenswaarden voor fijn stof worden overschreden.

Inbreiden in plaats van uitbreiden

Om deze redenen is BBL ervan overtuigd dat de voorstellen uit het Hanzeplan heel wat voordelen bieden inzake duurzaam ruimtegebruik. Door een hoofdkwartierenzone in te planten in de s tationsomgeving – zoals het Hanzeplan voorstelt – wordt gekozen voor een duurzame economische ontwikkeling die de binnenstad versterkt. Hier is vooreerst nog heel wat ruimte voorhanden voor kantoorontwikkelingen. Het gaat om een knooppunt van openbaar vervoer, wat het voordeel biedt dat toekomstige werknemers met de trein of de bus naar het werk kunnen komen, waardoor het toenemend autoverkeer in de hand kan gehouden worden. Door voor de stationsomgeving te kiezen, slaat men dus drie vliegen in één klap: er kan geïnvesteerd worden in bijkomende werkgelegenheid, open ruimte wordt gevrijwaard voor natuur, landbouw of recreatie en het alsmaar toenemende autoverkeer kan onder controle gehouden worden, samen met de luchtvervuiling.

Voor Bond Beter Leefmilieu is de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen in maagdelijke open ruimtes niet te verantwoorden, zolang niet eerst maatregelen worden toegepast om tot een zuiniger en efficiënter gebruik van ruimte te komen op bestaande bedrijvenzones en in reeds verstedelijkte gebieden. Concreet voor Brugge wil dit zeggen dat moet worden nagegaan wat de mogelijkheden zijn voor intensiever gebruik van bestaande bedrijvenzones. Ook op dit punt bevat het Hanze Ruimtelijk Structuurplan tal van voorstellen. De échte uitdaging is immers niet langer om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen, maar wel om de beschikbare ruimte zo duurzaam en optimaal mogelijk te gebruiken.

Oproep voor open debat over ruimtegebruik

Tot slot hoopt BBL dat het Hanzeplan het startschot zal zijn voor een boeiend maatschappelijk debat over ruimtegebruik in Brugge. Nu is er geen echte inspraak, omdat een openbaar onderzoek voor een ruimtelijk plan pas wordt georganiseerd na de voorlopige goedkeuring door de regering. Omdat de politieke beslissingen dan al genomen zijn, kunnen burgers geen alternatieven meer voorstellen en verwordt het openbaar onderzoek tot een formaliteit. Door te werken aan een betere inspraak zal er een breder draagvlak ontstaan voor ruimtelijke ingrepen. Door vroeger inspraak te voorzien en rekening te houden met alternatieve voorstellen vanuit de samenleving, zullen er ook minder juridische procedures achteraf volgen. Heel wat procedures tegen ruimtelijke plannen die nu lopen bij de Raad van State, hadden daardoor vermeden kunnen worden.

Voor meer informatie: Erik Grietens, beleidsmedewerker Bond Beter Leefmilieu, tel. 02/282.17.34, 0474/40.63.94