Ballade van een Lappersfortertje

 

Ballade van een Lappersfortertje

 

Géén boomspotters

en géén blauwe spotvogels:

netels reiken het kind

een netelige hand

in een netelige kwestie.

 

Bos sluimert zomers en vredig

want de ruïne kantelt

nog niet: de tijd wiegt geduldig

het stenen schrijn van barsten,

scheuren en pijn:

onstad sterft roemloos in het bos.

 

Uit de groengele hemel

slingert Villons koord

tot op de bodem:

er zijn geen boomhutters meer.

Een schaterlach galmt

door  de groengele kruin

en streelt het kind

door de blonde kruin.

 

De roestige, stalen kolos,

cultobject van Z.M. Fabricom

weerstaat trots bos, mos en wet.

De naad van Fabricom

past naadloos

in het gewestplan.

Keynes lacht schamper.

De groene gordel

incasseert wrang maar taai

een slag onder de gordel.

 

 

Voor mijn kleinzoon James

Paul Saccasyn 12/08/2006